De herfst is in volle gang en dat is niet alleen de tijd van kastanjes en pompoenen, maar ook die van de hardloopevenementen. Er zijn er zóveel, het is dan ook moeilijk kiezen. Ga je voor een city run met de gezelligheid van veel publiek? Of kies je voor een mooie natuurtrail met een uitdagend parcours? Elk evenement en elke afstand heeft zijn charme.
Voor mij was de Dam tot damloop het eerste evenement van dit najaar. Een vertrouwde loop, want de finish is in mijn woonplaats. De afstand is goed te trainen en tegelijk uitdagend. Met een startnummer in het eerste startvak, tussen veel snelle dames en heren, liep ik bijna automatisch in een stevig tempo en eindigde ik met een mooi PR. Het kwam alleen niet erg overeen met mijn doel om vooral ‘rustig’ te lopen. En dat doel heeft dan weer te maken met een ander groot hardloopevenement.
Want de Damloop is niet mijn grootste hardloopuitdaging dit jaar. Tegen mijn eigen verwachting in besloot ik begin september te trainen voor de Amsterdam marathon op 18 oktober. Ik zou dit jaar zeker weten geen marathon lopen. Maar eind augustus, tijdens een duurloop op een zonovergoten dag, kwam ik in een heerlijke runners high. En op dat moment ontstond ineens de motivatie, de zin en de wil om toch weer een marathon in oktober te lopen. Met slechts een paar lange duurlopen in de benen hoop ik over twee weken aan de start te staan van mijn tweede marathon.
Nu breekt de zogenaamde ‘taperperiode’ aan: het terugschroeven van het trainingsvolume om straks met frisse benen aan de start te staan. Twee weken waarin al je onzekerheden rond de marathon de kans krijgen om je hoofd over te nemen. Twee weken om toe te leven naar die oh zo magische afstand. Ik kijk er naar uit!
